Welkom op de vogelblog van Peter van de Beek



Op deze blog plaats ik mijn vogelmomenten.
Dat zijn fotos die ik maak van onze nederlandse vogels en voorzie van een korte eenvoudige toelichting. Het is even een moment om stil te staan bij onze vogels. Je kunt lezen en zien hoe interessant en mooi ze zijn. Daardoor merk je ook dat ze eigenlijk overal om je heen zijn.
Tevens plaats ik informatie over leuke vogelkijkplaatsen.
Ik hoop dat je door deze vogelmomenten bewuster naar vogels gaat kijken
en dat het beginnende vogelaars helpt bij herkenning en kennisontwikkeling.
Als je de vogelmomenten automatisch wilt ontvangen dan kun je je aanmelden met je emailadres.

zondag 27 oktober 2013

VOGELMOMENT ROTGANS

Rotgans, Branta bernicla, Dark-bellied Brent

 Even de veren poetsen
 
 Daarna even wat strekoefeningen
 
 Dan even een slokje water
 
 Jonge Rotgans
 
 
Ter vergelijking de Grote Canadese Gans
 

Deze keer aandacht voor een echte wintergast, de rotgans. Hij is de kleinste en de donkerste gans, die niet veel groter is dan een wilde eend. Herkenbaar dus aan de donkere kleur en aan de halsvlekken. Jonge rotganzen herken je aan een heel kleine halsvlek of aan het ontbreken daarvan. Er is geen onderscheid tussen mannetjes en vrouwtjes. Sommige verwarren hem met de Canadese gans. Deze is echter lichter bruin, heeft een grote witte vlek onder de kin en op de wangen en is ook zeker tweemaal zo groot. ( zie de laatste foto)
De Rotgans is een broedvogel van de Noordpoolgebieden van Europa en Siberië ( o.a. Spitsbergen) en dus duidelijk noordelijker dan andere ganzen. Hij heeft daarbij een voorkeur voor vlakbij zee gelegen toendra’s maar hij broedt ook op eilandjes, kustgebieden en bij riviermondingen. Zij arriveren omstreeks eind mei in hun broedgebieden en starten dan na ongeveer twee weken met broeden. Dat doen zij in kleine kolonies en hun eenvoudige nest bestaat uit een klein uitgegraven kommetje belegd met wat wier of korstmos, maar de eieren liggen ook wel gewoon op de grond tussen wat grote keien en omringd door wat dons en korstmos. Er worden circa drie tot zes eieren gelegd die door het vrouwtje in ongeveer 25 dagen worden uitgebroed. De jongen zijn nog niet vliegvlug maar wel direct actief. Vanaf eind augustus zijn zij volledig vliegvlug en in staat om naar de overwinteringsgebieden te vliegen.
Die trek start in september, na de ruiperiode, en duurt tot ongeveer oktober. Zij overwinteren aan de kusten van West Europa en Engeland. Ons land is voor de rotganzen uiterst belangrijk als overwinteringsgebied. Het grootse deel van de totale wereldpopulatie overwintert bij ons in het Waddengebied of in de Zeeuwse Delta dan wel maken zij hier een tussenstop om wat op te vetten en door te gaan naar Engeland. Een klein deel overwintert aan de Franse kusten.
Hun voedsel bestaat uit zeegras, gras en ander plantendelen. Je ziet ze vaak bij hoog water grazen op weilanden en kwelders. Bij laag water verplaatsen zij zich naar het wad om daar hun voedsel te zoeken.
Bijgaande foto’s zijn vorige week gemaakt in het buitendijkse kweldergebied aan de Groningse waddenkust.

 
Hierbij wil ik weer iedereen bedanken die op mijn vorige blog heeft gereageerd.

 

 


vrijdag 11 oktober 2013

VOGELMOMENT ZANGLIJSTER

Turdus philomelos, Zanglijster, Song Trush

Zanglijster op een karakteristieke zangplek

 
 Poseren tegen de achtergrond van de vrouwenmantel in de tuin
 
 
 Op de rand van de drinkbak
 
 
 Even een lekker bad nemen
 
 
In het vroege voorjaar foerageren onder de struiken
 
De zanglijster is een algemene en talrijke broedvogel in ons land. Hij komt vrijwel overal voor waar genoeg bomen, struiken of bos is, zoals parken, grote tuinen, bossen en bosranden. Je kunt hem ook aantreffen in oudere en groene woonwijken, maar de tuinvogeltoptien zal hij niet halen. Hij heeft een melodieuze, gevarieerde en volle zang die hij in het voorjaar en in de zomer van ’s-morgens vroeg tot laat in de avond laat horen.
In ons land is hij een jaarvogel, maar in de winterperiode is de populatie wel gering en bevinden zij zich vooral in het westen van het land. De meesten trekken vanaf eind september weg naar Frankrijk, Spanje en Zuid Engeland. Vanaf eind februari keren zij weer terug en zijn dan eind april allemaal weer in hun broedgebied. Tijdens de najaarstrek kun je aan de kust veel zanglijsters aan treffen. Dit zijn vogels uit Scandinavië die over ons land naar ZW Europa en Zuid -Engeland trekken.
Hij broedt in bossen, struiken en bosranden maar dus ook wel in grote tuinen en groene woonwijken.
Het nest is goed verstopt en er worden 5 tot 6 blauwachtig groene eieren gelegd. Het vrouwtje broedt ze uit in ongeveer twee weken. Nadat de jongen uit het nest komen na circa 13 dagen kunnen zij nog niet vliegen en zijn dan dus kwetsbaar. Zij worden door beide ouders nog ongeveer drie weken gevoerd. Zanglijsters kunnen drie legsels per jaar hebben.
Hun voedsel bestaat uit wormen, slakken en andere ongewervelden zoals pissebedden en duizendpoten. Zij eten ook wel fruit, bessen en zaden. In tuinen of bosranden zie je wel eens een steen of tegel met kapotte slakkenhuizen. Dit zijn de plekken waar de zanglijster de slakkenhuizen stuk slaat. Hij pakt ze in zijn snavel en slaat ze met een snelle zijwaartse beweging stuk op de steen. Zij zoeken hun voedsel in het struikgewas, open plekken in het bos en grasvelden.
Wij kennen ook nog de grote lijster die beduidend forser is dan de zanglijster. Hij komt vooral voor in het oosten van het land( van noord naar zuid) en is minder talrijk. Door Sovon Vogelonderzoek Nederland ( SOVON) worden de broedaantallen van de zanglijster geschat op circa 140.000 en voor de grote lijster op 15.000. Dat is dus wel een verschil.

 
Hierbij wil ik weer iedereen bedanken die op mijn vorige blog heeft gereageerd.

donderdag 3 oktober 2013

VOGELMOMENT GRASPIEPER

Anthus Pratensis, Graspieper, Meadow Pipit

Graspieper in kenmerkende houding op paaltje

 Graspieper in het weiland zoals hij hoort 
 
 Nogmaals op een paaltje met een prooi
 
In de winter in het duingebied
 
Deze keer staat de Graspieper centraal. Een van de moeilijkste groepen om in het veld te determineren omdat de verschillende piepers verschrikkelijk veel op elkaar lijken. Van de in ons land voorkomende soorten is de graspieper verreweg de talrijkste en meest algemeen voorkomende. Hij is de enige die het gehele jaar aanwezig is. De boompieper is in ons land ook een broedvogel maar hij overwintert in Afrika. De andere piepers zijn overwinteraars of doortrekkers, zoals de waterpieper, oeverpieper en duinpieper.
De graspieper is een vogel van open cultuurlandschap zoals weidegebieden, bouwland, open heidevelden, duinen en moerassig gebied. Hij wordt ook wel tot de ( secundaire) weidevogels gerekend. De populatie staat onder druk door de intensivering van de landbouw en het gebruik van bestrijdingsmiddelen en het vroeg maaien. Hierdoor zijn er minder nestelmogelijkheden, minder aanbod van insecten en een hogere sterfte onder jongen. Met uitzondering van de bosgebieden in het midden en oosten en zuiden van het land is hij overal aan te treffen, dit in tegenstelling tot de boompieper die juist in die meer open bosgebieden voorkomt. Kortom als je in het broedseizoen en de zomer een pieper ziet is het een graspieper of een boompieper. Afhankelijk van het gebied waar je bent is het bepalen van de soort dan al vrijwel zeker.
Graspiepers broeden dus in open gebied zoals in kruidenrijke weilanden, vochtige heidevelden en open bouwland. Vaak zie je ze zitten op een paaltje dat ze gebruiken als uitkijkpost. Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit insecten en in de wintermaanden schakelen ze over naar plantaardig voedsel en zaden. Zij bouwen hun nest op de gronden goed verstopt onder een graspol in het weiland of aan de slootkant. Het is een stevige kommetje van plantenstengels, gras, mos en paardenhaar, waarin 4 tot 6 eieren worden gelegd. Deze worden door het vrouwtje uitgebroed in circa 2 weken. De jongen verlaten na ongeveer 10 dagen het nest en kunnen dan na een week vliegen. Beide ouders verzorgen de jongen en er zijn vaak twee legsels per jaar.
Veel Nederlandse graspiepers zwerven buiten het broedseizoen wat rond in de buurt van hun broedgebied en trekken dan vanaf medio september naar de overwinteringsgebieden in ZW Europa en Noord West Afrika maar er zijn er ook die hier overwinteren en zij krijgen dan gezelschap van Scandinavische soortgenoten. Tijdens de najaarstrek kun je dan ook grotere groepen graspiepers zien.