Welkom op de vogelblog van Peter van de Beek



Op deze blog plaats ik mijn vogelmomenten.
Dat zijn fotos die ik maak van onze nederlandse vogels en voorzie van een korte eenvoudige toelichting. Het is even een moment om stil te staan bij onze vogels. Je kunt lezen en zien hoe interessant en mooi ze zijn. Daardoor merk je ook dat ze eigenlijk overal om je heen zijn.
Tevens plaats ik informatie over leuke vogelkijkplaatsen.
Ik hoop dat je door deze vogelmomenten bewuster naar vogels gaat kijken
en dat het beginnende vogelaars helpt bij herkenning en kennisontwikkeling.
Als je de vogelmomenten automatisch wilt ontvangen dan kun je je aanmelden met je emailadres.

vrijdag 18 december 2015

VOGELMOMENT PAARSE STRANDLOPER

Paarse strandloper, Calidris maritima,Purple Sandpiper

Paarse strandloper 

Paarse strandloper op de grote stenen op een dijk

Foeragerend op de vloedlijn bij de Zuidpier in IJmuiden

Even een bad nemen

even schrap zetten op de steile kant van een rots

Juvenielen, veel grijzer verenkleed, duttend samen met steenlopers

Foeragerend op de stenen bij de noordpier in IJmuiden

Lekker in het zonnetje
In het vorige vogelmoment ging het over de steenloper en deze keer staat de paarse strandloper centraal. In tegenstelling tot de steenloper is hij een wintergast en een schaarse doortrekker. Een bijzondere naam want er is weinig paars aan hem te ontdekken. Hij  broedt in zowel toendra’s als op begroeide hoogvlaktes tot aan de sneeuwgrens in het hoge noorden van Europa en Siberië. Een langeafstandstrekker die overwintert aan de Spaanse kusten en een klein aantal overwintert in ons land, langs de Noordzeekust en op de Wadeneilanden. 
Het aantal overwinteraars wordt geschat op circa 500 vogels, een klein aantal dus. Omdat echter vrij tam is laat hij zich wel gemakkelijk benaderen. Vanaf augustus tot mei                     ( de grootste kans heb je van november tot maart) kun je ze zien op strekdammen, dijken en pieren, waar ze hun voedsel zoeken tussen het zeewier en stenen in of bij het overslaande water. Het is een leuk gezicht om te zien dat ze even opvliegen als er een golf aankomt en dan daarna weer landen en met een grote behendigheid op de gladde stenen overeind blijven. Het voedsel bestaat uit garnaaltjes, krabbetjes, kleine schelpdieren en andere beestjes die aanspoelen. Zomers, als zij in het noorden verblijven in de toendragebieden en de hoogvlakten bestaat het voedsel uit insecten, spinnetjes en allerlei zaden.Het broedseizoen begint vanaf juni en is grotendeels de taak van het mannetje. Hij maakt meerdere kuiltjes in de grond en dan is het aan het vrouwtje om het beste kuiltje te kiezen. Het legsel bestaat uit drie of vier eieren, die door het mannetje worden uitgebroed in ongeveer drie weken. Vaak is het vrouwtje al vertrokken naar de overwinteringsgebieden als de jongen nog uit moeten komen. Als zij uitkomen, gaan zij zelf foerageren en worden door het mannetje beschermd. Na enkele weken vertrekken ook de juvenielen en de mannetjes naar de overwinteringsgebieden.

Dit was de het laatste vogelmoment van 2015. Iedereen bedankt voor de reacties en ik wens alle lezers prettige kerstdagen en een gezond, gelukkig en vogelrijk 2016

vrijdag 6 november 2015

VOGELMOMENT STEENLOPER

Steenloper, Arenaria interpres, Ruddy Turnstone
Net geland

Mooie stoere steenloper

Een geringd exemplaar op de begroeide stenen

Volop in de wind

Even lekker uitrusten

Slapen bij hoogwater samen met paarse strandlopers

Speurend naar voedsel

Even lekker een bad nemen

Het is weer herfst en dan komen de kustvogels weer meer in beeld. Een daarvan is de steenloper,  een redelijk tamme en gedrongen steltloper met korte rood/oranje pootjes die bij ons weliswaar het gehele jaar te zien is maar toch vooral een doortrekker en wintergast is. Je ziet hem overal wel, meestal in groepjes, aan de kust op pieren, strekdammen en in havens. Zij behoren weliswaar tot de steltlopers maar omdat zij korte pootjes hebben zijn zij gebonden aan een stenige ondergrond en zul je ze dus niet op andere plekken aan de kust aantreffen. De grootste aantallen vind je in de Zeeuwse Delta en het Waddengebied. Bij eb zie je ze foerageren vlakbij de waterrand waar zij onder de losse stenen en het zeewier naar voedsel zoeken. Dat voedsel bestaat uit insecten, krabbetjes en andere schaaldiertjes, maar ze eten ook wel visafval. Daarom zie je ze vaak in havens in de buurt van vissersboten. Als het vloed is rusten ze uit op de stenen vlak boven de waterrand.
Steenlopers broeden in het hoge noorden van Europa. De zuidelijke grens van het broedgebied ligt op de hoogte van zuid Scandinavië. Omdat zij pas broeden van het derde tot zesde levensjaar zijn de steenlopers die hier in de zomer verblijven waarschijnlijk vogels die nog niet geslachtsrijp zijn en dus niet naar het hoge noorden hoeven om te broeden. Zij kiezen ervoor om hier te blijven en een lange reis uit te sparen.
De overwinteraars arriveren hier in juli/augustus en vertrekken weer vanaf april naar de broedgebieden, die voor “onze” overwinteraars veelal in Canada en Groenland zijn.
Zij broeden dus in de poolstreken langs kusten maar ook op toendra’s en kale rotsige vlaktes. Het nest bestaat uit een eenvoudig kuiltje op de grond tussen wat vegetatie. De vier eieren worden door beide partners uitgebroed in circa 23 dagen. Na drie weken zijn de jongen zelfstandig en in die periode worden zij verzorgd door het mannetje en is het vrouwtje al vertrokken.
 
Ik wil hierbij ook weer iedereen bedanken die heeft gereageerd op mijn vorige blog of deze heeft bezocht.
Reacties, vragen en opmerkingen zijn welkom. U kunt ze kwijt op de blog of op mijn emailadres

donderdag 8 oktober 2015

PADDENSTOELENMOMENT

De vliegenzwam, Amanita muscaria.


Zadelzwam
Bleke Franjehoed

Eekhoorntjesbrood

Eiketakstromakelkje
 
Donsvoetje
 
Hazepootje ( beginstadium)
 
Bleke Franjehoed bij de inmiddels ingezakte zadelzwam

Knolametist

Rodelkoolzwam
 
 
Stinkzwam
 
Vliegenzwam
 

een rode russula ( een van de vele russula soorten)
 
Hazepootje ( eindstadium)
 
zwarttruffelknotszwam
fijnschubbige parasolzwam

Deze keer geen vogelmoment maar ter afwisseling een paddenstoelenmoment.  De herfst is het moment om van paddenstoelen te genieten en je er een beetje in te verdiepen. De hier weergegeven soorten varieren van de alom bekende vliegenzwam ( rood met witte stippen) tot soorten die ik ook op het spoor kwam doordat kenners mij erop wezen. Dit zijn dan soorten als het eiketakstromakelkje en de zwarttruffelknotszwam. Het zijn kunstwerkjes die je echter ook zo over het hoofd ziet als je niet heel nauwkeurig kijkt. Na lezen van deze blog ga je op een andere manier het bos in.
Volgende keer gaat het weer over vogels.
Iedereen weer bedankt die de moeite heeft genomen om te reageren op mijn vorige blog.

 
 
 









woensdag 16 september 2015

VOGELMOMENT TAPUIT

 
Tapuit, Oenanthe oenanthe, Northern Wheatear
vol in de wind
Tapuit, Mannetje


Vrouwtje, zoals je ze vaak ziet in het najaar
Hier in augustus tussen de wilgenroosjes

uitkijkposten zijn favoriete plekken

Mannetje op de rand van een akker

Het is weer de tijd van jaar waarin de tapuit in ons land in grotere aantallen aanwezig is. Vanaf half augustus tot begin oktober trekken zij via ons land naar hun overwinteringsgebieden. In weide- en duingebieden, heidevelden en in het landelijke boerengebied kun je ze aantreffen. Ik heb al eerder aandacht geschonken aan deze fraaie en karakteristieke zangvogel van duin- en heidegebieden, maar nu het weer “tapuitentijd” is en de situatie van de tapuit bij ons als broedvogel alleen maar zorgwekkender wordt, mag het wel een jaarlijks moment zijn.
In de 70’er jaren van de vorige eeuw waren er volgens de gegevens van SOVON nog circa 2000 broedpaartjes in ons land. Tijdens de eeuwwisseling waren het nog slechts 300 en de jaarlijkse afname gaat gewoon door. Thans broedt de tapuit nog slechts in de noordelijke duinrand van Noord-Holland ( slechts 50 paartjes) en op de hoge zandgronden in Drenthe, vooral daar waar herstel van stuifzanden heeft plaatsgevonden. In andere delen van het land is hij verdwenen of nog slechts in enkele paartjes aanwezig.
De tapuit nestelt in konijnenholen. Omdat door ziekte de konijnenpopulaties zijn teruggelopen is het aanbod van nestlocaties sterk verminderd. Als alternatief maken ze wel gebruik van holtes in rotte boomstammen maar daarin zijn zij kwetsbaar voor predatoren. Hun ideale broedbiotoop bestaat uit open landschap waarin korte vegetatie en open zandige plekken elkaar afwisselen en waarin hier en daar nog een struik staat of er wat kort gras groeit. Door vergrassing en verruiging in de duingebieden en door bebossing en ontginning van heidegebied en zandverstuivingen zijn de broedgebieden vrijwel allemaal verloren gegaan.
Een derde oorzaak is de luchtvervuiling met dioxine, die ook neerslaat in de gewassen en zo wordt opgenomen door insecten en ander kleine bodemdieren. Zij zijn het hoofdvoedsel van de tapuit waardoor de embryo’s al groeiafwijkingen vertonen en de legsels niet succesvol zijn.
Er worden nu beschermingsmaatregelen getroffen en er wordt gewerkt aan herstel van de duin- en heidegebieden door het onder meer tegengaan van de vergrassing en het herstellen van zandverstuivingen. Laten we hopen dat het voor de tapuit niet te laat is.
 
Ook wil ik iedereen weer bedanken voor de reacties op mijn vorige blog.



maandag 17 augustus 2015

VOGELMOMENT BONTE VLIEGENVANGER

Bonte vliegenvanger, Ficedula hypoleuca, Pied Flycatcher, vrouwtje (2012)

Bonte vliegenvanger, vrouwtje (2015)

Bonte vliegenvanger, vrouwtje (2015)

Wij bivakkeren al tien jaar gedurende een groot deel van het jaar op een prachtige vogelrijke plek in Bakhuizen in het mooie Gaasterland. Ook in deze qua vogels rustige tijd is het hier een drukte van jewelste. We hebben hier zo’n 17 soorten die vaste gast zijn en dan nog een aantal die alleen in het voorjaar of najaar komen. In dit vogelmoment wil ik er een soort uitlichten en dat is de bonte vliegenvanger.
Uit mijn overzichten van de soorten die hier ieder week zijn, blijkt dat de bonte vliegenvanger hier in het begin niet aanwezig was, of ik heb hem niet gezien, maar sinds 6 jaar komt er altijd in week 33 een vrouwtje bonte vliegenvanger langs. Zij is altijd alleen en blijft een paar dagen. Laat zich altijd aan het eind van de middag zien gedurende een korte periode en is dan weer weg. Wel zo opmerkelijk dat een vogelmoment op zijn plaats is.
De bonte vliegenvanger is in ons land aanwezig als broedvogel sinds 1903. Hij overwintert in Tropisch West Afrika ten zuiden van de Sahel. Zij arriveren hier vanaf medio april en vertrekken hier weer vanaf medio juli tot medio augustus. Voor de doortrekkers, die in Scandinavië broeden, ligt die periode wat later. Zij trekken door vanaf eind april en vertrekken vanaf eind augustus tot in september.
Tegenwoordig wordt het aantal broedparen in ons land door SOVON geschat op 14.000 tot 18.000 paartjes. In het recente verleden lagen die aantallen nog hoger. De terugloop wordt wel geweten aan de klimaatverandering waardoor de insecten piek eerder valt en dus voordat zij uit Afrika terug zijn. Omdat het insecteneters zijn is er dus te weinig voedsel beschikbaar. Bonte vliegenvangers broeden vooral in de oostelijke helft van het land met pieken op de Veluwe en de hoge zandgronden in Drenthe. Het is een vogel van beboste streken, tuinen en parken op de hogere zandgronden. Omdat zij graag broeden in nestkasten of oude spechten nesten is het wel een voorwaarde dat die in voldoende mate aanwezig zijn. Volgens de verspreidingskaarten van SOVON komen ze hierin Gaasterland wel voor maar zijn de aantallen gering. Hun broedtijd loopt ongeveer van half mei tot half juni en zij hebben één legsel per jaar met ongeveer 4 tot 7 eieren.
Het is dus niet vreemd dat er hier bij ons een bonte vliegenvanger voorkomt. De voorwaarden voor broeden zijn ook aanwezig, maar dat is volgens mij niet het geval want daarvoor zie ik haar in de verkeerde periode en ik heb hier nog nooit een mannetje en/of jongen gezien. Zij kan vanuit Scandinavië onderweg zijn naar Afrika en hier even wat rust nemen, alhoewel zij dan aan de vroege kant is. Misschien heeft zij ergens anders in ons land gebroed en is zij nu in haar eentje op weg naar een verzamelplaats voor de trek of het is gewoon een single vrouwtje. Ze houdt wel van regelmaat in ieder geval. Ik weet het niet en wacht weer af tot volgend jaar.

Als iemand een verklaring heeft hoor ik het graag.

dinsdag 28 juli 2015

VOGELMOMENT JUVENIELE VOGELS IN BAKHUIZEN

Roodborst, Erithacus rubecula, Robin.
Mooi gespikkeld en moet nog helemaal uitkleuren

Juveniel op de buxushaag.

Grote bonte specht, Dendrocopos major, Great Spotted Woodpecker.
Je ziet mooi het rode petje en ook het rood bij de staart is nog wat vaag

Even wat drinken.

Mooi in de klassieke spechtenhouding.

Koolmees,Parus major, Great Tit.
Ook als je klein bent moet je in bad en dus opdrogen.

Jong mannetje ( grote zwarte borststreep).
Begint al op kleur te komen.

In het begin worden ze nog gevoerd.

Groenling, Chloris chloris, Greenfinch.
Er begint al wat kleur te komen in de vleugels.

Bij deze groenling zie je dat het verenpak nog wat rommelig is.

Merel, Turdus merula, Blackbird.
Mooie stoere juveniel.

Tjiftjaf, Phylloscopus coolybita, Chiffchaff.
Echt mooi zijn ze nog niet.

Pimpelmees,Parus caeruleus, Blue Tit.
 

Hier zie je mooi dat hij nog vaag van kleur is.

Winterkoning, Troglodytes troglodytes, Wren.
lekker zandbad, je ziet nog het geel bij de snavel.
Zanglijster, Turdus pholomelos, Song Thrush.
Net in bad geweest en ook nog het geel bij de snavel.

Juli en augustus zijn stille maanden als het gaat om vogels. Vooral zangvogels zie je minder door de dichte begroeiing en ze vallen minder op omdat de mannetjes ook nog eens veel minder zingen. Zij hoeven immers geen vrouwtje meer te zoeken en het roepen naar de jongen is vaak ook al afgelopen. De jongen hebben de nesten verlaten en zijn langzamerhand zelfstandig. Omdat de meest zangvogels, zoals de koolmees, pimpelmees, merel en zanglijster, in het algemeen een tweede of een derde legsel hebben kun je ook nu nog de jongen horen piepen en de oudervogels horen roepen. Vinken beginnen in juni nog wel aan een tweede legsel. De turkse tortel spant de kroon met vier tot vijf legsels.
Het is wel de tijd om de juveniele vogels te spotten, alhoewel dit lang niet altijd meevalt omdat ze vaak nog goed verstopt zijn. Als ze het nest verlaten zijn ze nog niet zelfstandig en houden ze zich vaak nog op in de buurt van het nest. Als ze dan zelfstandig zijn en meer tevoorschijn komen zijn ze vaak al zo groot en volgroeid waardoor ze niet of moeilijk te onderscheiden zijn van een adulte vogel. De ekster, de gaai en de duiven zijn hier voorbeelden van. Bij de gaai is het verschil niet te zien en bij de ekster en de duivensoorten lastig. Ook de grote bonte specht lijkt al helemaal op een adulte vogel, maar hij heeft gelukkig een rood petje waardoor je hem gemakkelijk herkent. In de loop van het eerste jaar verdwijnt dat als het een vrouwtje is of het verschuif naar de nek in het geval van een mannetje.
Juveniele vogels zijn vaak nog wat vaal van kleur en in de loop van het seizoen kleuren zij helemaal uit. Vaak zie je het ook aan de nog niet volgroeide vleugels en aan een wat geel getinte rand rond de snavel en uiteraard ook aan het gedrag. Ze vliegen nog wat onbeholpen, bedelen om voedsel en worden nog gevoerd, alhoewel dat gebedel niet altijd succesvol is. Dit jaar hebben we opvallend veel jonge vogels op de plek in Bakhuizen en het leek me daarom leuk om een overzicht te geven van de juveniele vogels die we daar hebben, voor zover ik ze op de foto heb kunnen krijgen en het verschil met een adulte vogel goed te zien is.

Iedereen weer bedankt voor de reacties op de vorige blog.