Welkom op de vogelblog van Peter van de Beek



Op deze blog plaats ik mijn vogelmomenten.
Dat zijn fotos die ik maak van onze nederlandse vogels en voorzie van een korte eenvoudige toelichting. Het is even een moment om stil te staan bij onze vogels. Je kunt lezen en zien hoe interessant en mooi ze zijn. Daardoor merk je ook dat ze eigenlijk overal om je heen zijn.
Tevens plaats ik informatie over leuke vogelkijkplaatsen.
Ik hoop dat je door deze vogelmomenten bewuster naar vogels gaat kijken
en dat het beginnende vogelaars helpt bij herkenning en kennisontwikkeling.
Als je de vogelmomenten automatisch wilt ontvangen dan kun je je aanmelden met je emailadres.

donderdag 26 maart 2015

VOGELMOMENT GRUTTO

Grutto, Limosa limosa, Black-tailed Godwit 

Hier een groepje zoals je ze in februari en maart vaak ziet in de opvetgebieden
lekker opvetten
Mooi spiegelbeeld
Lekker pieren zoeken in de sliblaag
je ziet dat er maar een heel ondiep laagje water staat
Samen met vrouwtje wintertaling


Als de grutto’s arriveren, begint het voorjaar en iedere vogelliefhebber zal beamen dat het eerste geluid van grutto’s in het voorjaar altijd een zeker geluksgevoel oproept. Daarom moet het eerste vogelmoment van het voorjaar dan ook gaan over de grutto: de koning van de weidevogels.
Als zij bij ons arriveren en de eersten doen dat al begin februari hebben zij een lange reis vanuit Afrika achter de rug. Op hun tocht maken zij een tussenstop in Portugal waar zij dan kunnen bijkomen en weer opvetten voor de laatste etappe. Zij voeden zich dan met achtergebleven rijstkorrels op de Portugese rijstvelden. Dat zijn er gelukkig meer dan genoeg.
Ook in ons land strijken zij eerst neer in allerlei plas-dras gebieden of ondergelopen weilanden om op te vetten voordat ze doorgaan naar de broedgebieden in de natte veen weidegebieden. Zij doen zich in groepjes of grote groepen in die plas dras gebieden tegoed aan wormen en slakjes die zij uit de grond halen. Ik heb ze gezien in groepjes van ongeveer 40 exemplaren maar aan de Friese IJsselmeerkust ook wel in groepen van meer dan 500. De vliegshows die zij dan ten beste geven zijn een feest om naar te kijken. Als zij weer voldoende aangesterkt zijn, verspreiden zij zich naar de broedgebieden waar zij in april beginnen met broeden.
Net als alle weidevogels heeft de grutto te lijden van de intensivering van de landbouw. Verlaging van de waterstand en vroeg maaien zijn de belangrijkste bedreigingen. Ik hoop dat het beleid, waarbij gestreefd wordt naar realisatie van grotere aaneengesloten beschermde gebieden die  biologisch beheerd worden, succesvol is en dat steeds meer boeren zich daarbij gaan aansluiten. De versnippering van de beschermingsgelden over veel kleine percelen kost veel geld en is weinig effectief.
Door de opheffing van de melkquota groeit de veestapel fors. Al die koeien staan in grote stallen en er zal meer weiland nodig zijn dat nog intensiever wordt beheerd om genoeg gras te kunnen oogsten. De gevolgen voor de weidevogels zijn dan evident. Kortom meer dan ooit wordt het noodzakelijk om grotere aaneengesloten gebieden te realiseren en die om te vormen tot weidevogelreservaat, waardoor ze een beschermde status krijgen.
De grutto is te beeldbepalend voor de weidegebieden en daarmee voor ons land om op bescherming te bezuinigen en dat laatste lijkt nu te gebeuren.

Iedereen weer bedankt voor de reacties op mijn vorige blog over de kolgans.

woensdag 18 maart 2015

VOGELMOMENT KOLGANS

Kolgans, Anser albifrons, Greater White-Fronted Goose
 Foeragerende Kolganzen in een weiland
Prachtig als zo groepsgewijs vlak over het water vliegen
Zo zie je ze vaak als waakzame groep in de weilanden.
Mooi duo
nogmaals een groepje vlak over het water.

In het vorige vogelmoment schreef ik nog dat ik de winterperiode afsloot met een echte wintergast nl.de grote zaagbek. In de afgelopen week kon ik nog een mooie serie maken van de kolgans, ook een echte wintergast. Die serie wilde ik jullie niet onthouden dus dan nog maar een keer een afsluiting van de winterperiode.
Er overwinteren, volgens de laatst bekende cijfers van SOVON, ongeveer 850.000 kolganzen in ons land. Dat zijn er veel maar je moet wel in de natte veenweidegebieden en het rivierengebied zijn om ze te zien.  Ze arriveren vanaf medio oktober en dan vertrekken ze eind maart/begin april weer naar hun broedgebieden op de Siberische toendra’s. Een zeer klein aantal blijft hier maar de meesten daarvan komen niet tot broeden. De kans om ze hier in de zomer te zien is echter buitengewoon klein.
Je ziet ze dus vaak foerageren in de weilanden en het is een prachtig gezicht als er grote groepen opvliegen om naar een ander gebied te gaan of naar open water waar ze rusten of overnachten. Prachtige ganzen die je meteen herkent aan die witte knobbel aan de snavelbasis en aan de grote strepen op de buik.
Verdere informatie over de kolgans kun je ook nog nalezen in mijn blog van november vorig jaar.

Iedereen nog bedankt voor de reacties op mijn vorige blog.

maandag 2 maart 2015

VOGELMOMENT GROTE ZAAGBEK

Grote zaagbek, Mergus merganser, Goosander, Mannetje
Grote zaagbek, Mergus merganser, Goosander, Vrouwtje
mannetje grote zaagbek
vrouwtje grote zaagbek

even lekker de vleugels wapperen
vrouwtje in het zonnetje
Dameskransje
mannetje op snelheid
vrouwtje onderzoekt het ijs
Nu het voorjaar is aangebroken, sluit ik de winterperiode af met de grote zaagbek. Een echte wintergast, die niet broedt in ons land. Zij arriveren in november en december uit hun broedgebieden in ScandinaviĂ« en Rusland. Een deel trekt door naar het zuiden van Europa maar een groot deel overwintert in Nederland. Men gaat ervan uit dat ongeveer een kwart van de Noordwest Europese winterpopulatie in ons land overwintert. Ruim 60% daarvan verblijft op het IJsselmeer en ook nog eens ver uit de oevers waardoor ze moeilijk te tellen zijn. Schattingen van SOVON lopen dan ook van circa 6000 tot 36000 exemplaren. De strengheid van de winter speelt hierin ook een rol. In heel strenge winters trekken er meer door naar het zuiden van Europa.  Ook in het rivierengebied, de waterleidingduinen en de natte veenweidegebieden kun je ze zien maar de aantallen zijn dan minder. Het zijn vooral zoetwatervogels die pas bij heel strenge vorst het zoute water opzoeken. Zij wijken dan uit naar de Delta. In maart vertrekken zij weer naar het hoge noorden om te broeden.
Het zijn zeer schuwe vogels die zich niet al te gemakkelijk laten benaderen. Het zijn echte duikeenden die vaak en langdurig duiken. Vaak komen ze dan ook een aantal tientallen meters verder weer boven water.
Hun voedsel bestaat vrijwel uitsluitend uit vis. Zij hebben een opvallende haakvormige getande snavel, waarmee ze prima vis kunnen opduiken. De mannetjes vallen op door hun grote witte lichaam en donkere kop. De vrouwtjes zijn wat kleiner en grijzer maar hebben een prachtig roodbruine kop met een opvallend punkkapsel.

Zij broeden in het hoge noorden langs visrijke meren. De balts en de paarvorming kunnen echter al in de winterperiode beginnen. Zij nestelen in boomholtes of rotsgleuven of zelfs in nestkasten. Het legsel bestaat uit 7 tot 14 crèmekleurige eieren die door het vrouwtje worden bebroed in ongeveer 30 tot 35 dagen. De jongen kunnen vervolgens na ongeveer 65 dagen vliegen.

Iedereen weer bedankt voor de reacties op mijn vorige blog over de drieteenstrandloper. Reacties, vragen en opmerkingen worden zeer op prijs gesteld. Kan ook via de mail.