Welkom op de vogelblog van Peter van de Beek



Op deze blog plaats ik mijn vogelmomenten.
Dat zijn fotos die ik maak van onze nederlandse vogels en voorzie van een korte eenvoudige toelichting. Het is even een moment om stil te staan bij onze vogels. Je kunt lezen en zien hoe interessant en mooi ze zijn. Daardoor merk je ook dat ze eigenlijk overal om je heen zijn.
Tevens plaats ik informatie over leuke vogelkijkplaatsen.
Ik hoop dat je door deze vogelmomenten bewuster naar vogels gaat kijken
en dat het beginnende vogelaars helpt bij herkenning en kennisontwikkeling.
Als je de vogelmomenten automatisch wilt ontvangen dan kun je je aanmelden met je emailadres.

zaterdag 14 januari 2017

VOGELMOMENT WINTEREENDEN

Smient, Anas Penelope, Eurasian Wigeon, mannetje

Smient, vrouwtje

Paartje smienten
Brilduiker, Bucephala clangula, Common Goldeneye, mannetje


Brilduiker, vrouwtje

Paartje brilduiker, baltsend

Middelste zaagbek, Mergus serrator, Red-Breasted Merganser,
 mannetje
Middelste zaagbek, mannetje poetst zijn veren

Middelste zaagbek, vrouwtje

Paartje middelste zaagbek

Grote zaagbek, Mergus merganser, Goosander, mannetje

Grote zaagbek, vrouwtje

Grote zaagbek, vrouwtje

Grote zaagbek, mannetje
Het leek mij leuk om eens een blog te wijden aan wintereenden. Als je echter heel precies kijkt dan zijn die er eigenlijk niet omdat vrijwel alle soorten, op een paar zeldzame soorten na, hier het hele jaar door wel te zien zijn. Voor deze blog versta ik dan onder de term  “wintereenden”  de soorten die je hier uitsluitend of vrijwel uitsluitend kunt zien in de winter en dan ook iedere winter en in grote(re) aantallen. Het gaat dan om de smient, brilduiker, middelste zaagbek en de grote zaagbek. In dit rijtje horen ook nog het nonnetje en de topper maar die zijn niet opgenomen omdat ik daar simpelweg nog geen fotos van heb en kunnen maken en het kunnen publiceren van eigen foto’s vind ik wel een voorwaarde voor mijn blog.
Het komt omdat het aantal nonnetjes niet zo groot is en je ze vaker op telescoopafstand dan op camera-afstand ziet. Dit geldt ook voor de topper. Hij is ook vaak te zien op het IJsselmeer maar wel wat verder uit de kust. Hij zit vaak ook tussen grotere groepen kuifeenden en is dan niet gemakkelijk te fotograferen.
De kans om in de winter dus een smient, brilduiker, grote zaagbek of middelste zaagbek te zien is dus veel groter.
De Smient wordt ook wel de” fluiteend” wordt genoemd, vanwege de kenmerkende luide fluittoon van het mannetje. In de winter verblijven hier zo’n 800.000 exemplaren, waardoor hij, na de wilde eend, de meest talrijke eend in ons land is. Bijna de helft van alle Smienten in Noord West Europa overwintert in ons land en dan vooral in de weidegebieden van Friesland, Noord- en Zuid Holland, maar ook in de randmeren en langs de grote rivieren. Zij arriveren vanaf oktober en in april zijn ze weer vertrokken. In de polders zie je ze vaak in wat kleinere groepen maar op plassen en meren zie je vaak enorme aantallen en dan hoor je ook meteen waarom ze fluiteenden worden genoemd.
Het zijn grondeleenden die vooral zeegras, zeekraal en ander plantaardig materiaal eten. Aangezien dat voedsel niet meer ruim voorhanden is, grazen ze veel vaker op weilanden waar ze gras eten. De paarvorming vindt in de winter plaats zodat zij als pas gevormd paartje de terugreis aanvaarden naar hun broedgebieden in Scandinavië en Siberië. De balts kun je dus goed waarnemen in onze polders, meestal vanaf januari.
De brilduiker zie je vooral in het deltagebied, IJsselmeer en Markermeer, daarbuiten komt hij schaars voor. De aantallen worden geschat op circa 30.000 exemplaren en dus ruim minder talrijk dan de smient. Goed herkenbaar aan de wat grote groene kop met de karakteristieke witte vlek ( mannetje). Ook bij de brilduikers vindt de paarvorming al in het winterseizoen plaats zodat baltsende paartjes bij ons gezien kunnen worden. Vanaf februari trekken zij weer weg naar hun broedgebieden in het noorden van Europa en Rusland.
De middelste zaagbek overwintert met circa 15.000 exemplaren in ons land en in strenge winters kan dat aantal groter zijn. Zij arriveren eind oktober en vertrekken weer vanaf begin maart naar hun broedgebieden. Zij verblijven veelal op zee of in havens en soms op brak water maar zelden of nooit in het binnenland. De meeste kans om ze te zien is in de Delta of in het westelijk waddengebied.
De middelste zaagbek wordt soms wel verward met de grote zaagbek en dan vooral het vrouwtje want die lijken het meest op elkaar. Een hulpmiddel bij de herkenning is het leefgebied. De grote zaagbek is vrijwel uitsluitend te zien op zoet water in het binnenland. De meesten op het IJsselmeer maar ook in de duinen, binnenmeren en langs de grote rivieren en daar zie je de middelste zaagbek vrijwel nooit.
De grote zaagbek arriveert in november en december uit de broedgebieden in Scandinavië en Rusland. Ongeveer een kwart van de Noordwest Europese winterpopulatie overwintert in ons land. Ruim 60% daarvan verblijft op het IJsselmeer en ook nog eens ver uit de oevers waardoor ze moeilijk te tellen zijn. Schattingen van SOVON lopen dan ook van circa 6000 tot 36000 exemplaren. De strengheid van de winter speelt hierin ook een rol. In heel strenge winters trekken er meer door naar het zuiden van Europa. Ook in de Delta, het rivierengebied, de waterleidingduinen en de natte veenweidegebieden kun je ze zien maar de aantallen zijn dan aanzienlijk minder. Het zijn vooral zoetwatervogels die pas bij heel strenge vorst het zoute water opzoeken. In maart vertrekken zij weer naar het hoge noorden om te broeden. 

Reactie, vragen of opmerkingen zijn welkom op mijn mailadres petervandebeek@hotmail.com