Welkom op de vogelblog van Peter van de Beek



Op deze blog plaats ik mijn vogelmomenten.
Dat zijn fotos die ik maak van onze nederlandse vogels en voorzie van een korte eenvoudige toelichting. Het is even een moment om stil te staan bij onze vogels. Je kunt lezen en zien hoe interessant en mooi ze zijn. Daardoor merk je ook dat ze eigenlijk overal om je heen zijn.
Tevens plaats ik informatie over leuke vogelkijkplaatsen.
Ik hoop dat je door deze vogelmomenten bewuster naar vogels gaat kijken
en dat het beginnende vogelaars helpt bij herkenning en kennisontwikkeling.
Als je de vogelmomenten automatisch wilt ontvangen dan kun je je aanmelden met je emailadres.

maandag 22 december 2014

VOGELMOMENT KERST EN NIEUWJAAR




iedereen een vogelrijk en gezond 2015 
maar vooral tijd voor reflectie en voor jezelf

woensdag 17 december 2014

VOGELMOMENT KLEINE ZWAAN EN WILDE ZWAAN

Kleine zwaan, Cygnus columbianus bewickii, Bewick's Swan
Kleine gele vlek op snavel
Wilde zwaan, Cygnus cygnus, Whooper Swan
Op de achtergond twee knobbelzwanen
Wilde zwaan in volle omvang
gele vlek op snavel is groter en loopt uit in een punt
Twee kleine zwanen
gele vlek op snavel is kleiner en ze zijn een stuk kleiner

kleine zwaan
Hier zie je goed dat de gele vlek niet doorloopt
Wilde zwaan op het ijs in de waterleidingduinen
Jonge wilde zwaan
Mooi grijs verenpak en en zwarte snavel met witte vlek
Wij zijn gewend aan de knobbelzwaan maar in de winter komen er in grote delen van het land twee   wintergasten bij die er ook nog eens op lijken. Het gaat om de de wilde zwaan en de kleine zwaan. Ze lijken niet alleen op elkaar maar er zijn ook grote overeenkomsten in de gebieden waar ze verblijven en in het voedsel dat ze zoeken. Daarom aandacht voor deze wintergasten waardoor het mogelijk makkelijker wordt om ze in het veld van elkaar te onderscheiden. De aantallen overwinteraars verschillen sterk per soort. Van de kleine zwaan overwintert circa 75 % van de wereldpopulatie in ons land, het gaat dan om een redelijk stabiele populatie van 18.000 vogels. De wilde zwaan overwintert in veel kleinere aantallen, variërend van 1500 tot 3500 exemplaren in heel strenge winters, maar die aantallen vertonen wel een stijgende lijn.
Het belangrijkste verschil is hun grootte en de omvang van de gele vlek op de snavel.
De wilde zwaan is de grootste en heeft het formaat van de knobbelzwaan. De gele vlek op de snavel is groot en loopt aan de zijkant uit in een punt.
De kleine zwaan is, zoals zijn naam al aangeeft een stuk kleiner. De gele vlek op de snavel is ook veel kleiner en loopt niet in een punt naar voren.
Je ziet ze meestal in groepen en dan vooral in laag gelegen weidegebieden, ondergelopen weilanden, kwelders, maar ook akkergebied en aangrenzend open water. Hun voedsel bestaat uit wortels van waterplanten, gras, bladeren, stengels en op de akkers zoeken ze naar aardappelen, wintergraan en restanten van mais. De belangrijkste verblijfsgebieden zijn het Lauwersmeergebied, Friese wadden- en IJsselmeerkust, Flevoland ( Oostvaarders plassen), Randmeren, Wieringermeer, rivierengebied en het Deltagebied. Daarbuiten kun je ze ook wel zien maar dan zijn de aantallen geringer. De wilde zwaan is ook een vaste bewoner van de Amsterdamse waterleidingduinen maar vrijwel niet in het Deltagebied.
De jonge vogels, die nog een behoorlijk grijs verenpak hebben en een zwarte snavel , blijven tot en met de eerste winter bij de ouders. De paren van beide soorten blijven hun hele leven bij elkaar.
Broeden doen zij in het hoge noorden. De kleine zwaan zoekt zijn broedgebied in de toendra’s van Siberië en de wilde zwaan broedt in de veengebieden van Noord Europa. Over het algemeen duurt het voor beiden ongeveer 4 of 5 jaar voordat zij gaan broeden.
Het legsel van de kleine zwaan bestaat uit vier eieren die door het vrouwtje worden uitgebroed in ongeveer 30 dagen. De jongen zijn daarna direct actief en zijn vliegvaardig na ongeveer 6 weken.

De Wilde zwaan heeft een legsel van 5 of 6 eieren die door het vrouwtje worden uitgebroed in 35 tot 42 dagen. Ook bij hen zijn de jongen direct actief maar het duurt circa 10 tot 12 weken voordat zij kunnen vliegen.

Iedereen weer bedankt voor de reacties op de vorige blog over de grauwe gans en de kolgans. Schroom niet om een opmerking te maken, een reactie te geven of een vraag te stellen.

dinsdag 25 november 2014

VOGELMOMENT GRAUWE GANS EN KOLGANS

Grauwe gans, Anser anser ( onder) en Kolgans, Anser albifrons (boven) in vlucht

Grauwe gans, Anser anser, Greylag Goose
staatsieportret van de grauwe gans
Kolgans, zie de strepen op de borst en de witte snavelbasis
Kolganzen in weiland, links twee eerste jaars.
nog weinig wit aan de snavel.
Kolgans, Anser Albifrons,Great White-fronted Goose.
In de vlucht zie je goed de strepen op de buik.
Grauwe gans, Anser anser, Greylag Goose.
In vlucht zie je dat er geen strepen zijn op de buik.
nogmaals de grauwe gans in volle glorie


Vanaf de herfst tot in het vroege voorjaar is ons land een ganzenland bij uitstek. Je kunt dan vele soorten overwinterende ganzen zien zoals de brandgans, rotgans, kolgans en de kleine rietgans. Daarnaast zijn er de grauwe gans en de grote canadese gans die hier het gehele jaar aanwezig zijn, alhoewel de brandgans en de kolgans hier ook steeds vaker blijven om te broeden.
In dit vogelmoment wil ik aandacht besteden aan de grauwe gans en de kolgans omdat deze twee op het eerste gezicht vrijwel gelijk zijn en je in deze tijd van het jaar, als je ze samen kunt zien, ook de verschillen goed kunt waarnemen.
Ongeveer dertig jaar geleden was de grauwe gans in ons land een zeldzame broedvogel met ongeveer 100 broedparen. Er werden zelfs grauwe ganzen uitgezet om te voorkomen dat ze als broedvogel uit ons land zouden verdwijnen. Thans worden de aantallen broedparen geschat op meer dan 25.000 en is het aantal overwinteraars spectaculair gestegen tot ongeveer 500.000 stuks (bron SOVON).
De kolgans is altijd een wintergast geweest en een zeer schaarse broedvogel, het eerste broedgeval dateert uit 1980. Ook in de huidige tijd broeden er in ons land slechts een paar honderd paren en daarvan is het grootste deel nog nazaat van kolganzen die zijn vrijgelaten uit gevangenschap toen de kolgans na 1988 niet meer als lokvogel voor de jacht mocht worden ingezet. Het aantal echte wilde broedparen is dus nog kleiner maar de kans dat dit aantal gaat groeien is groot. De aantallen trekvogels zijn daarentegen enorm en worden door SOVON geschat op circa 850.000 stuks, waarmee ons land een toplocatie is voor overwinterende kolganzen.
De totale ganzenpopulatie in ons land van alle soorten wordt geschat op ruim 2 miljoen stuks in het winterseizoen en daarmee is de gans in zijn algemeenheid in 40 jaar tijd uitgegroeid tot het middelpunt van verhitte discussies over het geforceerd terugbrengen van de populaties uit oogpunt van overlast.
De verspreidingsgebieden van beide soorten zijn gelijk en bestaan uit de natte veenweidegebieden in het westen, het Friese merengebied, waddengebied, Groningen, grote rivierengebied en het deltagebied. Overdag foerageren ze op weidegebieden en op akkers. Je ziet ze dan ook wel in gemengde groepen. Het voedsel bestaat uit wortels, knollen, zaden, bladeren maar ook waterplanten. Akkers met restanten van suikerbiet en mais zijn favoriet. Zij overnachten en rusten bij voorkeur op open water omdat ze daar minder kwetsbaar zijn. Vaak zie je dan ook groepen overtrekken als ze van gebied wisselen. De kolganzen vliegen daarbij vaak in mooie V-vormen. De grauwe gans vliegt die kortere afstanden in wat lossere en rommelige groepen.
Beide soorten broeden langs zoet water en het nest wordt gebouwd in een rietkraag, op een eilandje of onder een boom of struik aan de waterkant. Bij beide soorten bestaat het legsel uit 4 tot 6 eieren die in circa 28 dagen door het vrouwtje worden uitgebroed. Het mannetje is belast met de verdediging van de omgeving. Na ongeveer 50 dagen vliegen de jongen uit maar de families blijven tot in de winter bij elkaar.
Tot slot dan nog de belangrijkste verschillen: de kolgans is wat kleiner en heeft duidelijke zwarte strepen op de buik en een forse witte plek aan de snavelbasis. In het veld is dat laatste vaak het meest opvallende kenmerk. 

Iedereen weer bedankt voor de reacties op mijn vorige blog. Opmerkingen, vragen en reacties zijn altijd zeer welkom.

maandag 3 november 2014

VOGELMOMENT EKSTER




Ekster, Pica pica, Magpie
Op zijn favoriete plek in de bosrand 
Op een heel warme dag, na het broedseizoen in een beginnende rui
Altijd alert
gewoon brutaal op het gazon op zoek naar emelten
Het wordt tijd dat ik eens aandacht besteed aan de Ekster. Het is nl. een intelligente vogel met een slecht imago. Hij is vrijwel in iedere tuin aanwezig en er doen veel verhalen de ronde over deze mooie vogel. Iedereen herkent wel een ekster, maar niet zoveel mensen waarderen hem. Als je echter de tijd neemt om hem te bekijken dan zie je een prachtige vogel met zwart wit verenkleed waarover bij goede lichtval een fraaie purpergroene en blauwe glans valt.
Hij heeft een imago van rover die het voorzien heeft op jonge vogeltjes en alle nesten leeghaalt en als hij geen nesten leeghaalt dan scheurt hij de vuilniszak wel open en zorgt zo voor vervuiling. Ook zou hij allerlei glimmende voorwerpen stelen en tot overmaat van ramp eet hij ook nog al het voer op in de tuin.
De ekster is een nieuwsgierige vogel die wel alles wat glimt, wil onderzoeken maar er zijn echter nog nooit glimmende voorwerpen aangetroffen in eksternesten. Hij is een alleseter en zijn menu bestaat vooral uit larven, insecten, emelten, allerlei aangeboden voedsel in tuinen maar ook afval en dode dieren. Tijdens het broedseizoen wordt het menu wel aangevuld met eieren en nestvogels of net uitgevlogen zangvogels, maar zij zijn zeker niet het hoofdbestanddeel van het menu. Uit onderzoek is  gebleken dat er in woonwijken meer vogels sneuvelen door loslopende katten. Het zijn wel opportunisten die zeker een vuilniszak open kunnen pikken als deze vrij toegankelijk is. Het wordt wellicht vaker gedaan door katten.
Tot de 70’er jaren van de vorige eeuw was de ekster vooral een vogel van het buitengebied en grote parken. Half open bossen, weide- en landbouwgebied met veel bosranden waren zijn biotoop. Vanaf de 70’er jaren is de kolonisatie van bewoond gebied snel gegaan.
Thans zijn eksters algemeen in ons land, met uitzondering van dicht beboste gebieden en gebieden waar de havik en/of de zwarte kraai voorkomt. De havik is een aartsvijand van de ekster en zij staan bovenaan op zijn menu. De zwarte kraai is de ekster gemakkelijk de baas en rooft de eieren en de jonge vogels. Daarbij neemt hij voor het broeden ook graag een oud eksternest, waardoor de ekster moet uitwijken naar een andere plek.
In het verleden werd de ekster wel bejaagd waardoor de aantallen behoorlijk achteruit gingen. Na afname van de jacht en toename van het voedselaanbod door de explosie van maisteelt stegen de aantallen weer naar ongeveer 100.000 broedparen tot in de 80er jaren om daarna weer te dalen naar ongeveer 60.000. ( bron: Vogelatalas van SOVON). Die daling wordt wel toegeschreven aan een veranderd mestbeleid in de buitengebieden en de toename van de havik en zwarte kraai.

Het grote bolvormige nest wordt gebouwd in de top van een hoge boom en wordt gevlochten van takken. Het is een vernuftig en stevig bouwsel wat soms wel overkapt is. De 5 tot 9 eieren worden beging april gelegd en door het vrouwtje uitgebroed in 17 tot 19 dagen. Na gemiddeld 27 dagen vliegen de jongen uit. Zij blijven dan als familie vaak nog wel tot in het najaar bij elkaar. Daarna vormen zij vaak kleine groepjes die wat rondzwerven in de buurt van het broedgebied. Na ongeveer twee tot drie jaar zijn ze geslachtsrijp en gaan zij een partner gaan zoeken.

Iedereen weer bedank voor de reacties op mijn vorige blog. Wordt op prijs gesteld. Opmerkingen en vragen zijn welkom.

zondag 19 oktober 2014

TURKSE TORTEL

Turkse tortel, Streptopelia decaocto, Eurasian Collared Dove
Turkse tortel, rustend achter het grasrandje
speurend in een boom
Mooi op de houtsnippers
In de lijsterbes tussen de nog net niet rijpe bessen
Er moet ook gedronken worden
Je moet wel altijd waakzaam blijven

Deze keer aandacht voor een bijzondere vogel nl. de turkse tortel. Bijzonder omdat hij tot 1950 in ons land niet voorkwam en tegenwoordig vrijwel overal in bewoond gebied. Dat wordt niet door iedereen op prijs gesteld want wij willen immers wel vogels in de tuin maar liever geen duiven.
De turkse tortel kwam oorspronkelijk alleen voor in Turkije. Van daaruit heeft hij zich in een snel tempo over heel Europa verspreid en is hij sinds de 50´er jaren van de vorige eeuw broedvogel in ons land. Dat kun je je haast niet voorstellen als je merkt hoeveel er nu zijn. De huidige aantallen worden door SOVON geschat op circa 100.000 paren. Die snelle opmars is het gevolg van het feit dat hij uitermate productief is als broedvogel met 5 legsels per jaar en de jongen al na een half jaar geslachtsrijp zijn, waardoor de jongen uit de eerste legsels al in hetzelfde jaar voor nageslacht zorgen. Alhoewel de volwassen vogels standvogel zijn vestigen de jongen zich gemakkelijk buiten het broedgebied.
De turkse tortel is een cultuurvolger wat betekent dat hij over het algemeen wordt gezien in of in de buurt van bewoond gebied. In ons land zie je ze overal. In de noordelijke provincies komt hij wat minder voor en hij ontbreekt vrijwel in Zuid Flevoland. In Almere schijnt hij niet voor te komen, alhoewel ik mij dan baseer op informatie van SOVON die ook al weer wat gedateerd is.
Het nest is een eenvoudig bouwsel van takken in een boom en er worden meestal twee eieren gelegd die door beide ouders in ongeveer 18 dagen worden uitgebroed. Na circa 17 dagen vliegen de jongen uit en zijn ze in staat om voor zichzelf te zorgen. Jonge vogels zijn na ongeveer een half jaar geslachtsrijp en de jongen uit heel vroege legsels beginnen al in datzelfde jaar met broeden, wat vrij uitzonderlijk is. Daarmee dragen zij ook al bij aan de toename van de soort.
Hij is niet schuw, kan zich erg goed aanpassen, is gewend aan menselijke activiteit en vindt op voedertafels en in parken en tuinen voldoende voedsel zoals vruchten en zaden maar ook rupsen en insecten. In de broedperiode zie je hem meestal in paartjes, maar als er voedsel wordt aangeboden kunnen er zomaar meerdere tortels op afkomen en dan kunnen ze herrie maken. Buiten het broedseizoen komen ze vaak voor in grotere groepen.
Kortom een mooie vogel met een bijzondere geschiedenis die thans volledig geïntegreerd is in ons land. Kijk dus de komende tijd eens goed naar hem in je tuin en geniet ervan.

Iedereen weer bedankt voor de reactie op mijn vorige blog over de vlinders. Schroom niet om een reactie tegeven of een vraag te stellen. Wordt allemaal op prijs gesteld,

dinsdag 23 september 2014

VLINDERS

Argusvlinder, Lastommata megera, Wall Brown,  Vrouwtje
Kleine vos, Aglais urticae,Small Tortoiseshell
Gehakkelde aurelia,Polygonia c-album,Comma
Bont zandoogje, Pararge aegeria, Speckled Wood
Kleine vuurvlinder, Lycaena phlaeas, Small Copper
Landkaartje, Araschnia levana, Map Butterfly
Atalanta, Vanessa atalanta, Red Admiral
In de afgelopen periode heb ik  nogal wat vlinders en libellen op de foto gezet. Omdat het vliegseizoen voor de vlinders en libellen langzamerhand over begint te raken vond ik het een geschikt moment om er nog een keer een blog aan te wijden.
Het zijn allemaal vlinders en libellen die je met een beetje moeite en geluk in ons land kunt vinden.
Bosranden en wat ruige vochtige gebieden met voldoende bloeiende planten waarop gefoerageerd kan worden zijn favoriete plekken.
 Argusvlinder:  Hij is algemeen in ons land op graslanden, maar dan wel in het westen en noorden. Hij vliegt tot in september. Deze vloog begin september in de Heanmarpolder bij Koudum.
 Kleine Vos: Een algemene vlinder die in alle biotopen voorkomt en veel in tuinen wordt gezien. Hij is te zien vanaf beging juni tot begin oktober.
Gehakkelde Aurelia: Een algemene vlinder in ons land met dien verstande dat hij in het noorden en noord- westen wat minder algemeen is. De vliegtijd is van juni tot eind oktober. Meestal zie je hem in bosranden, heggen en houtwallen maar hij komt ook gewoon in de tuin en dan kun je hem zomaar op een steen zien zitten om op te warmen.
Bont Zandoogje: Een algemene vlinder van bossen en bosranden en daardoor minder in het westen van het land. De vliegtijd is van midden april tot eind september en dan in meerdere generaties. Bij vogels zouden we zeggen een tweede of derde legsel. Dit jaar is uitzonderlijk goed voor de bonte zandoogjes en je ziet ze dan ook heel veel.
Kleine vuurvlinder: Komt in het hele land voor op wat drogere graslanden en heidegebieden. Redelijk algemeen maar meestal niet in grote aantallen. Je kunt hem waarnemen van medio mei tot begin oktober in twee generaties.
Landkaartje: Een algemene vlinder van bossen, bosranden, heggen, houtwallen en wat ruige terreinen. Deze soort kent een lentegeneratie, die vliegt van begin mei  tot begin juni. Deze generatie is oranjebruin met een zwart vlekkenpatroon.
De zomergeneratie, van begin juli tot begin september,  is zwart met wat oranje en witte banden over de vleugels. In warme jaren, zoals dit jaar, is er een derde generatie die zwart is met wat meer oranje vlekken op de vleugels. Deze generatie vliegt van begin september tot in oktober.
Atalanta: Bij ons een trekvlinder die vanuit  Zuid Europa naar ons land trekt en alleen in zeer zachte winters kan overwinteren. Vanaf begin juni tot medio oktober kun je hem vrijwel overal waarnemen. Een prachtige vlinder die iedereen eigenlijk wel kent.

Tot slot wil ik iedereen bedanken voor de reacties op mijn vorige blog over het paapje. Reacties,opmerkingen en vragen worden zeer op prijs gesteld.

vrijdag 12 september 2014

VOGELMOMENT PAAPJE

Paapje. Saxicola rubetra, Whinchat
Paapje met prooi, Whinchat with a prey
Paapje in het weidegebied bij Koudum
Speurend op een paaltje
Zo zie je meestal, zittend op een paaltje
De najaarstrek is weer begonnen en dan is het ook weer tijd voor het paapje. Weliswaar is hij officieel nog broedvogel in ons land maar de aantallen zijn zo enorm teruggelopen dat je hem eigenlijk alleen nog maar kunt zien tijdens de trek. Niet voor niets staat hij op de rode lijst.
Als broedvogel komt hij alleen nog voor in het noord- oosten van het land omdat daar nog kleinschalig landschap bestaat met extensief beheerde graslanden en een kruidenrijke vegetatie. Ook vochtige heidegebieden en hoogveen komen daar nog voor. Voor zijn voedsel dat bestaat uit insecten zoals hooiwagens, muggen, rupsen en vlinders is hij van dat type gebied afhankelijk. Nog niet zo heel lang geleden, de 70`er jaren van de vorige eeuw, broedden er ongeveer 1800 paartjes in ons land. Het laatste officiële aantal is 500 en dateert uit 2000 (bron: SOVON). Het huidige aantal zal nog veel minder zijn en dan is hij dus vrijwel verdwenen als broedvogel. Daarmee is het paapje een treurig voorbeeld van de neergang van de broedvogelstand als gevolg van de intensivering van de landbouw.
Paapjes overwinteren in tropisch Afrika en zijn bij ons dus het best waar te nemen tijdens de najaarstrek vanaf eind augustus en in het voorjaar vanaf medio april. Je kunt ze dan vrijwel in ieder open gebied aantreffen in de buurt van de kustlijn of in de natte veenweidegebieden. Ook dan echter niet in grote aantallen. Vaak zie je ze alleen en veelal in combinatie met tapuiten. Een soort die er net zo erg aan toe is.
Onze broedvogels zijn hier vanaf medio april en beginnen al vrij snel met de nestbouw. Het nest wordt goed verborgen in de kruidenrijke vegetatie of tussen de heideplanten. Het legsel bestaat uit circa 6 eieren die door het vrouwtje worden uitgebroed in twee weken. De jongen vliegen dan vervolgens na een periode van 12 tot 14 dagen uit, waarbij het ook niet ongebruikelijk is dat de jongen het nest al verlaten voordat ze vliegvlug zijn en ze zich dus in de dichte vegetatie moeten verstoppen. Meestal zijn er twee legsels per jaar. De kans dat je bij ons dus jongen ziet is uiterst klein.

Hopelijk zal nieuwe natuurontwikkeling ertoe gaan bijdragen dat zij als broedvogel voor ons land niet helemaal verloren gaan.

donderdag 21 augustus 2014

VLINDER - en LIBELLENMOMENT

Citroenvlinder, Gonepteryx rhamni, Brimstone
Gehakkelde Aurelia, Polyggonia c-album, Comma
Icarusblauwtje ( vrouwtje) , Polyommatus icarus, Common Blue.
Icarusblauwtje ( mannetje), Polyommatus icarus, Common Blue
Bruin zandoogje, Maniola jurtina, Pearly Heath
Dagpauwoog, Aglais io, Peacock
Klein geaderd witje, Pieris napi, Green-veined White
Jong mannetje Oeverlibel met prooi, Orththetrum cancellatum
Watersnuffel ( mannetje), Enallagma cyathigerum, Common Bluet
Gewone Oeverlibel (mannetje), Orthetrum cancellatum, Black-tailed skimmer
Steenrode Heidelibel ( vrouwtje), Sympetrum vulgatum, Vagrant Darter
Voor wat betreft de vogels is het een rustige periode. De najaarstrek begint alweer heel  langzaam op gang te komen en veel  vogels zijn in de rui en laten zich niet gemakkelijk zien.
Daarentegen is het hoogseizoen voor vlinders en libellen. Een paar weken geleden was de nationale vlindertelling waarbij in ruim 4300 tuinen bijna 78000 vlinders zijn geteld verdeeld over 54 soorten.
In onze tuin in een Hoofddorpse wijk zijn helaas nauwelijks vlinders aanwezig buiten dat verdwaalde koolwitje.
In de afgelopen periode heb ik ook de aandacht wat verlegd naar de vlinders en libellen en dan gaat er weer een heel nieuwe wereld open. In mijn vorige blog over de Provence heb ik al wat vlinders laten zien en ik vond het wel een mooi moment om nu eens een aantal foto´s te laten zien van vlinders en libellen die je vrij gemakkelijk in ons land kunt aantreffen. Ik heb ze tenminste vrij gemakkelijk gevonden in de buurt van kruiden/ en bloemrijke gebiedjes en bij meertjes, vennetjes en poeltjes.
Het op naam brengen valt nog lang niet altijd mee maar met behulp van andere, meer ervaren vlinder- en libellekenners, is het toch gelukt.
Kortom de wereld van vlinders en libellen is mij wel bevallen en smaakt naar meer zowel qua fotografie als inhoudelijke verdieping. Ik zal dus af en toe de vogelmomenten afwisselen met vlindermomenten, alhoewel in september de vliegperiode van de vlinders alweer over begint te raken.
Ik hoop dat de kijkers en lezers het ook prijs zullen stellen. Laat het maar even weten.

In ieder geval wil ik iedereen weer bedanken voor de reacties op de vorige blog over de kleine karekiet.